Hematologie



Transplantatie van hematopoëtische stamcellen

De behandeling van bepaalde kankers brengt een transplantatie van hematopoëtische stamcellen met zich mee.

Wat is een stamcel?

In tegenstelling tot de meeste cellen kunnen stamcellen zich onbeperkt vernieuwen en beschadigde weefsels herstellen en zelfs vanuit het niets creëren. De stamcellen die nieuw bloed vormen, bevinden zich in het beenmerg en noemt men hematopoëtische stamcellen.

Transplantatie van stamcellen

De eigenlijke transplantatie wordt voorafgegaan door chemotherapie, al dan niet vergezeld van totale lichaamsbestraling om zo veel mogelijk kankercellen te vernietigen. Maar deze behandelingen vernietigen ook hematopoëtische stamcellen. Daarom is een stamceltransplantatie na de behandeling onontbeerlijk om het regenereren van bloed in rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes mogelijk te maken.

Twee soorten transplantatie

Allogene transplantatie (of allotransplantatie)

Hierbij worden de stamcellen van een compatibele donor gebruikt. Er wordt bij voorkeur een verwante donor (broer of zus) gekozen. Wanneer die ontbreekt, kunnen de stamcellen van een compatibele niet-verwante donor worden gebruikt.

Autologe transplantatie

Hierbij worden stamcellen van de patiënt zelf gebruikt.

Stamceltransplantatie, en vooral autotransplantatie van stamcellen, is een noodzakelijk onderdeel geworden van de behandeling van bepaalde kankers. Voor het welslagen van de transplantatie moeten voldoende stamcellen worden verzameld. In ongeveer 10 tot 30% van de gevallen is het echter niet mogelijk de hoeveelheid cellen te verkrijgen die minimaal nodig is voor de transplantatie.

In dat geval bestaat er een behandeling die toelaat de aanwezige stamcellen in het beenmerg vrij te maken. Dit bevordert hun opname in de bloedsomloop en maakt het mogelijk om meer stamcellen te oogsten, waardoor een hoger percentage van geslaagde transplantaties verzekerd kan worden.